Inclusie: ruimte voor rust, ruis én rumoer
Loop Kindcentrum De Kroevendonk in Roosendaal binnen en je merkt het meteen: dit is geen school waar je door lange gangen langs gesloten deuren loopt. Het in 2023 opgeleverde gebouw verwelkomt je met open armen. Inmiddels is De Kroevendonk landelijk bekend als voorbeeld van een voor ieder kind toegankelijke school, met geïntegreerde opvang- en zorgmogelijkheden.
Via daglichtkoepels valt licht diep het gebouw in. Ook al is het hartje winter. Houten wandbeschot, zachte blauw- en groentinten en natuurlijke materialen creëren een sfeer van rust. Ook al zijn de kinderen van de kleutergroepen druk in de weer met hun zelfgemaakte schaatsbaan-op-de-vloer. Horizontaal én verticaal is het gebouw ruim opgezet, met leerlandschappen in plaats van gangen, kleine wegkruipplekken, een buitenlesarena, snoezelruimte en dakterras.
In dit gebouw komen onderwijs, opvang en zorg samen voor ruim 400 leerlingen, van voorschool tot en met groep 8. De fysieke omgeving is hier geen neutrale achtergrond, maar een bewust gekozen middel om inclusie en samenleven te ondersteunen. Teun Dekker, directeur-bestuurder van De Kroevendonk: ‘Om te bevorderen dat kinderen daadwerkelijk samen leven in onze samenleving, moet je ze op school niet apart zetten. Door elkaar te ontmoeten, leren ze omgaan met verschillen.’
Toegankelijkheid als vertrekpunt
Startpunt voor het ontwerp van de nieuwbouw was de wens voor ieder kind een warm welkom te zijn. De Kroevendonk werkt steeds meer vanuit de principes van Universal Design for Learning (UDL): onderwijs en omgeving zo ontwerpen, dat ze toegankelijk en effectief zijn voor iedereen. Niet door voor elke leerling een aparte oplossing te creëren, maar door vanaf het begin uit te gaan van diversiteit. Dat zie je terug in de inrichting. Er zijn zowel lokalen als open leerlandschappen, met plekken voor ontmoeting, samenwerken in kleine groepjes, individueel werken of het voeren van een vertrouwelijk gesprek. Rustige zones en meer dynamische plekken bestaan naast elkaar. Teun: ‘Hier kijkt niemand ervan op dat iemand iets anders nodig heeft.’ Ook zorgpartners zijn onderdeel van het geheel. Wij Samen (Samen naar de schoolklas) is ook betrokken bij verschillende kinderen met een extra zorgbehoefte. Zo ontstaat één omgeving waarin leren, spelen en extra ondersteuning vanzelfsprekend samenkomen.
Samen ontwerpen
Het gebouw is niet alleen vóór, maar ook mét de gebruikers ontworpen. Medewerkers waren nauw betrokken bij de indeling van de ruimtes. Een kleinere groep volgde het bouw- en inrichtingsproces intensief, terwijl de hele organisatie, de kinderen en de buurt steeds in de voortgang zijn meegenomen. De leerlingenraad bracht bijvoorbeeld het idee voor een snoezelruimte in. En ook de buurt kreeg een stem. In overleg is besloten om aan de kant van het gebouw waar woningen zijn, geen buitenspeelruimte meer te maken. Daar kwamen een moestuin en een buitenlesarena voor terug. Het resultaat: nul bezwaren vanuit de wijk.
Ontwerpen
In het ontwerp is veel aandacht besteed aan het voorkomen van overmatige prikkels die tot onrust of onwenselijk gedrag kunnen leiden. Wetende dat je het nooit voor iedereen perfect kunt inrichten. Teun: ‘Je moet keuzes maken. Maar dit gebouw is flexibel genoeg om ook later nog aanpassingen te doen als de behoefte ontstaat.’ Die flexibiliteit past bij de manier waarop De Kroevendonk naar inclusie kijkt. Niet denken in hokjes, maar in mogelijkheden.
Teun: ‘In het reguliere systeem bestaat inclusie niet. Alles is opgeknipt in aparte potjes en hokjes, maar daar passen onze kinderen niet in. Daarom gaan bij ons ons alle middelen op één hoop, zodat we kunnen doen wat goed is.’
Ruimte als sleutel
Het gebouw is een plek geworden waar kinderen zichzelf kunnen zijn. Waar ruimte is voor rust, ruis én rumoer. En dat werkt: de leerprestaties liggen boven de landelijke norm. Is De Kroevendonk perfect? Nee, dat niet. Teun lacht: ‘Wat ik nog mis is een kluslokaal, maar wie weet kunnen we daarvoor ook een zeecontainer plaatsen!’ De Kroevendonk laat zien dat inclusie niet begint bij regels of structuren, maar bij de moed en motivatie om anders te denken en te doen. En de overtuiging dat de gebouwde omgeving daarin een stimulerende rol kan spelen.