Circulaire Restwaarde

Circulaire Restwaarde vergroot de investeringsruimte, creëert flexibiliteit en stimuleert hergebruik. Door circulair te bouwen en inzicht te creëren in restwaarde, worden gebouwen afgeschreven naar hun hergebruikwaarde in plaats van naar nul.

Direct aanvragen

Het instrument bestaat uit vier samenhangende delen, die gemeenten en schoolbesturen helpen om de financiële waarde van herbruikbare bouwdelen te bepalen en vast te leggen:

Voor wie is het?

De instrumenten ondersteunen alle betrokken partijen bij hun rol in de onderwijshuisvesting.

  • Gemeenten gebruiken het om circulaire restwaarde op te nemen in IHP, projecten, begroting en meerjarenraming.
  • Schoolbesturen gebruiken het om ambities voor flexibel en circulair gebruik van gebouwen te vertalen naar eisen, keuzes en exploitatielasten.
  • Adviesbureaus en bouwkostendeskundigen gebruiken de rekenmethodiek om restwaarde per gebouw, module, element en product te berekenen en scenario’s door te rekenen voor opdrachtgevers.
  • Accountants, controllers en financiële afdelingen gebruiken de standaard accountingprincipes om restwaarde zorgvuldig te verwerken onder BBV (gemeenten) en RJ (schoolbesturen).
  • Architecten, aannemers en toeleveranciers die het gebouw en/ of delen van het gebouw circulair ontwerpen, realiseren en onderhouden.
Wat zijn de voordelen?
  • Meer investeringsruimte: door een circulaire restwaarde te hanteren is er meer investeringsruimte mogelijk binnen gelijkblijvende jaarlasten.
  • Stimulans voor circulair en los maakbaar bouwen: hergebruik van materialen en modulaire bouw wordt aantrekkelijker en beter onderbouwd.
  • Langetermijnwaarde voor gemeente en schoolbestuur: de waarde van herbruikbare producten en elementen in zowel de beheerfase als bij einde levensduur.
  • Aansluiting op wet- en regelgeving: de methodieken sluiten aan bij BBV, RJ660 en andere accounting richtlijnen.
  • Uniforme werkwijze: één gezamenlijke methodiek voorkomt versnipperde berekeningen en zorgt voor vergelijkbare uitkomsten tussen projecten en gemeenten.
Wanneer gebruik je het?

De vier instrumenten kun je inzetten in diverse fasen van de onderwijshuisvestingscyclus. De leidraad beschrijft per fase wat nodig is; de rekenmethodiek en accountingprincipes leveren de cijfers en financiële verwerking. Het scenario analyse model berekent de kansverdeling tussen verschillende scenario's.

  • Oriëntatiefase: kansen in de portefeuille signaleren waar restwaarde gerealiseerd of toegepast kan worden, en hoe die strategisch kan worden ingezet.
  • Ambitiefase: vastleggen van circulaire ambities, zoals losmaakbaarheid, adaptiviteit en toekomstbestendig materiaalgebruik.
  • Strategiefase: opnemen van restwaarde in het IHP en zo nodig aanpassen van financiële kaders.
  • Initiatiefase: eerste inzichten in restwaarde op basis van generieke kengetallen en voorlopige ontwerpkeuzes.
  • Definitiefase: specifieker doorrekenen van restwaarde op basis van een vastgesteld PvE, materiaalkeuzes en functionele opzet.
  • Ontwerpfase: optimaliseren van circulaire waarde via CRW- en SAM-scenario’s, in samenhang met TCO-overwegingen.
  • Realisatiefase: toetsen of daadwerkelijk zo wordt gebouwd dat voldoende restwaarde behouden blijft (losmaakbaarheid, materiaaltoepassing, uitvoeringskwaliteit).
  • Beheerfase: periodieke evaluatie van gerealiseerde restwaarde op basis van gebruik, onderhoud en technische levensduur.
Wat is de relatie met andere instrumenten?
  • Het Generiek Programma van Eisen (PvE) legt functionele en technische eisen vast; circulaire keuzes in het PvE bepalen waar restwaarde kan worden gerealiseerd.
  • De Stichtingskostenopzet (StiKo) vertaalt kwaliteit en circulariteit naar investeringskosten, die de basis vormen voor restwaardeberekeningen per component.
  • Het Integraal Huisvestingsplan (IHP) gebruikt uitkomsten van restwaarde en TCO om scenario’s voor bouwen, renoveren of afstoten te vergelijken en te prioriteren.
  • Het Rekenmodel Total Cost of Ownership (TCO) neemt restwaarde mee in de totale levensduurkosten van een gebouw.
  • Het Meerjarenonderhoudsplan op clusterniveau (MJOP-C) gebruikt clusters en restwaarde om onderhouds- en vervangingsmomenten en de hoogte van uitgaven te bepalen.
  • Het Strategisch Portfolio Model (SPM) gebruikt restwaarde, TCO-effecten en scenario’s om besluiten op portefeuilleniveau te onderbouwen.
Aan de slag?

Jij wilt aan de slag met het instrument Circulaire Restwaarde. Mooi! 

Vul het formulier onderaan deze pagina in. 

Na de aanvraag kun je de documenten downloaden. Dit is een instrument wat extra toelichting vereist. Wij helpen je daarbij graag. Wil je dat wij contact met je opnemen, geef dit dan aan in het aanvraagformulier. Samen kijken we op welke manier we je het beste kunnen ondersteunen of verwijzen.

Let op!

Het Scenario Analyse Model komt binnenkort beschikbaar. Dit ontvang je in je mailbox zodra het beschikbaar is. 

Ondersteuning

We organiseren regelmatig vragenuurtjes voor praktische vragen. Daarnaast kun je verdiepingsuurtjes bijwonen, waarin we inhoudelijk het instrument toelichten en bespreken hoe het instrument toegepast kan worden in de praktijk.   

Kijk hier voor alle data  en schrijf je meteen in.  

Helpdesk

Kom je er toch niet uit? Neem dan gerust contact op met onze helpdesk. We denken graag met je mee.  

Namens het Programma Onderwijshuisvesting danken we je voor de aanvraag en wensen we je veel succes.    

Vraag hieronder aan

Verduurzaming
Financiën
Business case

Vul het formulier in en je kunt direct aan de slag.

Lees hier de disclaimer.

Wij gaan vertrouwelijk met jouw gegevens om. Bekijk onze privacyverklaring

CAPTCHA